Ablatie van een niertumor?

Een ablatie is een medische procedure die bestaat uit het lokaal kapotmaken van weefsel. Deze procedure wordt uitgevoerd om abnormale weefselgroei of tumoren in de nieren te behandelen. Het is een minimaal invasieve interventie, die wordt uitgevoerd door interventieradiologen bij het behandelen van nierkanker (maar ook sommige goedaardige tumoren in de nieren). Deze procedure wordt in veel ziekenhuizen in België uitgevoerd maar wordt vaak nog onderbelicht ten opzichte van de chirurgische verwijdering van niertumoren, hoewel bewezen is dat het een betere manier is om sommige niertumoren te behandelen. 

Een ablatie is bijvoorbeeld vaak een betere optie dan chirurgie voor kleinere niertumoren (typisch minder dan 4 centimeter groot) en ook zeker voor patiënten die geen geschikte kandidaten zijn voor een operatie vanwege gezondheidsproblemen of andere patiëntfactoren. De procedure is minimaal invasief, heeft doorgaans een zeer korte hersteltijd, en kan bovendien de nierfunctie beter behouden dan een chirurgische verwijdering, wat vooral belangrijk is voor patiënten met een slechte nierfunctie. Sinds 2024 is er een tegemoetkoming vanuit de verzekering voor geneeskundige verzorging in België, waardoor de procedure goed betaalbaar is geworden.

De procedure begint met het stellen van de diagnose, meestal op basis van medische beeldvormingstechnieken zoals CT-scans, MRI of echografie. Deze beelden helpen artsen bij het identificeren van de grootte, locatie en aard van de tumor in de nier. Soms wordt vooraf ook een weefselstaal genomen (“een biopsie”).

Voor de procedure krijgt de patiënt uitleg en advies; meestal mag er een tijdlang niet gegeten worden en zullen bloedverdunners kortstondig gestopt moeten worden. De meeste centra voeren deze procedure uit onder algemene anesthesie, dat wil zeggen dat de patiënt door een anesthesist in slaap wordt gebracht. Uitzonderlijk kan deze procedure ook onder lokale verdoving en/of sedatie (een ‘roes’ waarin de patiënt wordt gebracht). 

De meeste ablatieprocedures  gebeuren onder CT-begeleiding: de patiënt wordt dus onder de CT-scan geïnstalleerd. De patiënt ligt op de buik of zij, er wordt voor deze houding gekozen omdat de nieren zich vanachter in het lichaam bevinden en zo het eenvoudigst te bereiken zijn.  

Er worden één of meerdere speciale naalden doorheen de huid geprikt tot recht in de te behandelen tumor. De exacte positionering van de naalden is van groot belang, daarom dat dit gebeurt met behulp van de CT-machine. Zo’n “ablatienaald” is een speciale naald waarbij de tip van de naald opgewarmd of afgekoeld kan worden. Er zijn momenteel meerdere soorten ablatienaalden op de markt, allen met een zeer gelijkaardig effect. De meest gebruikte methoden zijn:  

  • De cryoablatie, waarbij de tip van de naald zo koud wordt dat het lokaal de tumor bevriest. 
  • De radiofrequente ablatie (RFA), waarbij een wisselstroom op de naald geplaatst wordt waardoor de tip zeer sterk verhit en de tumor verbrandt.  
  • De microwave ablatie (MWA), waarbij lokale verhitting van de tip door microgolven de tumor verbrandt. 
  •  De laserablatie, waarbij laserstralen uit de tip van de naald de tumor verbranden. 

Tijdens de procedure worden regelmatig beelden gemaakt om de voortgang te volgen. Na de ablatie wordt de tumor gecontroleerd op volledige behandeling. De kapotgebrande kankercellen worden opgeruimd door het lichaam en een kleine wigvormige uitsparing in de nieren is al wat overblijft: het lokale kankergezwel is niet meer aanwezig.  

De patiënt wordt na de procedure gewekt en in bed geplaatst. De patiënt blijft kort ter observatie in het ziekenhuis, en kan meestal de volgende dag al terug naar huis keren. Mogelijk is er wat lokale pijn waarvoor pijnstilling genomen kan worden. Soms is er ook een klein beetje bloed aanwezig in de urine, wat te verwachten valt bij een punctie in de nier. Doorgaans voelen patiënten zich ook enkele weken wat sneller vermoeid door de opruimreactie van het lichaam, maar de hersteltijd is over het algemeen dus beduidend korter dan bij chirurgische ingrepen. Complicaties zijn bovendien ook zeldzamer dan bij een operatieve verwijdering. 

Verdere opvolging gebeurt door middel van een CT- of MRI-scan. Belangrijk is om aan te merken dat in de uitzonderlijke gevallen dat dit gezwel toch terugkomt, dit meestal zeer klein is en deze behandeling gewoon herhaald kan worden.